modelspoorrails en modelrails op de modelspoorbaan en modelbaan en treinbaan

modelspoorrails


Op deze pagina deel ik een aantal zaken met betrekking tot het gebruik van de modelspoorrails op mijn modelbaan. Welke rails heb ik gebruikt? Hoe is deze gelegd en bevestigd? En hoe heb ik de modelrails toegepast bij de segmentenovergangen (module-overgangen)?

modelspoorrails  of modelrails op De Geuldalbaan

wissels vergelijken Mein Gleis Weinert en Rocoline

Ter vergelijking: een Rocoline wissel van 15º met een Weinert Mein Gleis wissel van 6,3º.

modelspoorrails van Weinert zichtbaar in de scenery

Mein Gleis modelrails van Weinert op de zichtbare delen van mijn modelbaan

Voor het zichtbare gedeelte van de modelbaan is mijn keuze gevallen op het railsysteem Mein Gleis ⌂ van Weinert. De wissels 49-190-1:9 (6,3°) zijn mooi slank en gedetailleerd. Maar deze passen helaas niet overal binnen het sporenplan. Daar waar dat niet gaat lukken worden de 49-190-1:6,6 (8,6°) wissels ingepast. Behalve wissels worden ook de flexibele modelspoorrails van Weinert gebruikt. Ik gebruik de Code 75 uitvoering welke geschikt is voor NEM en RP25 wielen.

 

Tot nog toe (zomer 2022) ontbreken de eenvoudige kruisingen in het Weinert Mein Gleis modelrails programma. Of die er ooit komen is mij niet bekend,  maar ik heb ze uiteindelijk wel nodig voor het emplacement van Schin op Geul.

 

Lees hier meer over wissels van Mein Gleis →

zichtbare modelspoorrails en railbedding van rubber op multiplex 

De zichtbare modelspoorrails Mein Gleis wordt gemonteerd op 9mm dikke multiplex dragers, het materiaal waar ook de spanten van zijn gemaakt. Op het multiplex worden vervolgens twee lagen rubber verlijmd welke ook de railbedding vormen. Veel aandacht is besteed aan de volgende punten:

 

-vlakke ondergrond

De gebruikte wissels van Weinert zijn 375 mm (6,3º) en 355 mm (8,6º) lang, en moeten volledig vlak liggen. Om eventueel doorbuigen van het multiplex bij de zichtbare rails te voorkomen - en zeker bij de lange Weinert wissels - zijn extra ondersteunende latjes aangebracht.

-aansluiting multiplex onderleggers voor de rails bij de segmentenovergang

Het gehele zichtbare tracé van station Oud-Valkenburg tot voorbij station Schin op Geul heeft een hellingspercentage van ca. 4‰. Van groot belang is dat bij de segment-overgangen (evt. module-overgangen) de hoogte en helling van de aansluitende onderleggers precies gelijk zijn. Ik heb gewerkt volgens deze methode →

 

-railbedding en tevens akoestische isolatie voor de modelspoorrails

Alle rails liggen op een geluidsisolerende laag die de railbedding gaat vormen. Als akoestische demping voor de modelrails is rubbergranulaat gebruikt. Het materiaal is flexibel en relatief zwaar, en is leverbaar in verschillende dikten. Gekozen is voor een rol van 3mm dikte.

tekening railbedding volgens NEM122  De Geuldalbaan op basis van Weinert Mein Gleis modelspoorrails

Bovenstaande tekening is gebaseerd op de NEM122: doorsnede van de aardebaan. Voor het zichtbare gedeelte zijn twee lagen van 3mm dikte gebruikt voor de railbedding. Op de vrije baan zijn deze in eerste instantie over de breedte van het multiplex verlijmd. Dat lijkt handiger, dan kan het rubber (de railbedding) aangepast worden aan het verloop van de sporen, in plaats van andersom. Het rubber is over de hele oppervlakte met contactlijm verlijmd.

 

Om de railbedding op maat te maken wordt - nadat de modelspoorrails is bevestigd - met een mal (printplaatje) de bovenste laag rubber ingesneden en het overtollige rubber verwijderd van de onderste laag.

 

Daarna wordt met een andere mal (4mm MDF) de onderste laag rubber ingesneden en verwijderd.

 

-plaatsing van de modelspoorrails

De Weinert rails blijken erg flexibel te zijn, waardoor er mooie vloeiende bochten gemaakt kunnen worden. Mij is gebleken dat de tijdelijke schroefjes niet te snel vastgedraaid moeten worden. Dat voorkomt 'vreemde' knikken in de spoorstaven.

 

Op de vrije baan heb ik eerst de hartlijn van de sporen getekend. Daarna is de eerste rails op het oog gelegd. Soms wijkt de rails iets af van de getekende hartlijn. Dat is geen probleem, want de rubberen railbedding wordt aangepast aan de rails. Als de eerste rails met schroefjes is vastgezet wordt de tweede (parallelle) rails met afstandhouders gelegd. Voor een juiste positie van de rails zijn kartonnen afstandhouders gebruikt. Dat kost bijna niets en ze zijn snel in grote aantallen te maken.

 

Bij de stations wordt de eerste rails parallel aan het perron geplaatst met behulp van maatstrookjes. Het tweede spoor is met een vaste maat parallel gelegd aan het eerste spoor.

-verspringende spoorstaven en raillassen van de modelspoorrails

Om de kans op 'knikken' in de rails te minimaliseren werk ik met versprongen spoorstaven bij het verlengen van de flexibele rails. Een spoorstaaf wordt voor een deel in de reeds liggende bielzenmat geschoven. Zelfs als de rails los ligt (rechter foto) levert dat al een mooi verloop op.

Weinert heeft speciale raillassen voor het railsysteem Mein Gleis. Ze zijn nogal duur, maar mooi gedetailleerd. Ze kunnen echter alleen worden toegepast als de spoorstaven exact in het midden tussen twee dwarsliggers aansluiten. Dat levert een hoop werk op bij verspringende spoorstaven.

 

De oplossing: ze niet gebruiken. Het is gebleken dat als de rails goed gepositioneerd is, er geen raillas nodig is. De spoorstaven liggen dus 'koud' tegen elkaar.

 

Bij de aansluiting van de flexrails op wissels heb ik de Weinert raillassen wel toegepast.

-verkanting van de modelspoorrails

Bij grootspoor dient de verkanting (in een bocht ligt de buitenste spoorstaaf hoger dan de binnenste spoorstaaf) om een rijdende trein te stabiliseren. Simpel gezegd om te voorkomen dat de trein 'uit de bocht vliegt', maar ook om te voorkomen dat de wielflenzen overmatig zouden slijten. Verkanting bevordert ook het comfort voor de reizigers.

 

Op de modelbaan ziet dat natuurlijk fraai en realistisch uit, maar is verkanting niet noodzakelijk. Het kan zelfs de rijeigenschappen negatief beïnvloeden. Op De Geuldalbaan heb ik een verkanting aangehouden van ongeveer maximaal 1mm. Dat is voldoende om te zien dat een trein 'in de bocht hangt'.

 

Nadat de rails op de juiste plek liggen zijn de dwarsliggers in de binnenbochten met een druppeltje superlijm / secondelijm bevestigd.

Na uitharding van de lijm in de binnenbocht zijn de schroefjes voor de tijdelijke bevestiging verwijderd. De modelrails kan in de buitenbocht nog makkelijk worden opgetild.

 

Om de verkanting te realiseren heb ik strookjes pvc van 1mm dikte onder de buitenbocht gelegd.

Met behulp van dunne strookjes (van een overheadsheet) wordt de hoogte van de verkanting geleidelijk per 0,1mm dikte - dus van 1,0mm naar 0,9mm naar 0,8mm etc. - teruggebracht tot een vlak spoor.

 

De ophoging voor de verkanting is vastgezet met een paar druppels superlijm.

modelrails op de segmentenovergang of module overgangen

Ieder heeft zijn eigen manier om de overgang van de rails naar een ander segment (of moduleovergang) te maken. Ik ben zeer tevreden met het resultaat van mijn eigen methode. Ik ben blij dat ik geen gebruik gemaakt heb van printjes om de rails te bevestigen. Er zijn nu geen klodders lijm of soldeer aan te pas gekomen.

 

Als basis dienen schroefjes ter ondersteuning en bevestiging van de spoorstaven. De dwarsliggermat loopt gewoon door naar het volgende segment. Belangrijk is om de juiste plek voor de schroefjes te kiezen. Nadat de rails met lijm is vastgezet wordt deze precies op de segmentenovergang doorgezaagd. Hierbij heb ik de Roco railzaag (artikel 10900) gebruikt, en dat geeft een mooie fijne zaagsnede.

 

modelspoorrails in het raccordement op de segmentenovergang

Om de grootte van de afzonderlijke segmenten van de modelbaan te beperken is het noodzakelijk om de segmentenovergang dwars door het raccordement bij de kalkbranderij laten te lopen. De wissels zijn zodanig geplaatst dat ze niet óp de overgang liggen.

 

Een beschrijving van hoe ik de bedrading van de wissels van Mein Gleis heb uitgevoerd staat op deze pagina →

Ik heb de volgende methode gekozen om de spoorstaven op de schroeven te bevestigen door middel van solderen:

1. Eerst worden de kopjes van de schroeven gevijld (spaanplaat schroefjes van 2,4 x 16mm).

2. Dan wordt de rails op de juiste plek gelegd en worden de dwarsliggers op het rubber aangetekend.

3. Dan wordt de rails op de juiste plek gelegd en worden de dwarsliggers op het rubber aangetekend.

4. Vervolgens de rails weer terugleggen en de schroefjes zover indraaien dat ze net niet de onderzijde van de spoorstaaf raken. Dit is wel een secuur werkje.

5. Daarna op de schroefkopjes aantekenen welk gedeelte onder de spoorstaven uitsteekt, en dan de rails weer oppakken.

6. En dan de gemarkeerde delen wegslijpen.

7. Nu kan de rails op zijn plek worden gelegd en op de schroefjes worden gesoldeerd.

8. Tot slot worden de sporen op de segmentenovergang (van E naar F) weer doorgezaagd met het Rocozaagje.

segmentovergang met rechte rails bij enkelspoor of dubbelspoor

Bij een rechte rails werkt het principe best eenvoudig. De dwarsliggers lopen mooi door op de overgang. En de spoorstaven liggen exact in lijn, zowel horizontaal als verticaal.

modelrails in de bocht van een segmentovergang

Ik heb zoveel mogelijk geprobeerd om de segmentenovergangen niet in een bocht te laten uitkomen. Dat lukt helaas niet altijd. Bij de segmentovergang van segment D naar segment E was dit onvermijdelijk.

 

Als de segmentenovergang in een bocht ligt wordt het gecompliceerder door de spanning in de spoorstaaf en door een eventuele verkanting. Het probleem met de verkanting heb ik opgelost door het sporenplan zo te ontwerpen dat de verkanting pas na de segmentenovergang wordt opgebouwd.

 

Om te voorkomen dat er - na het doorzagen van de spoorstaven - een knik in de rails ontstaat zijn de flexibele rails mechanisch spanningsvrij gemonteerd. Daartoe zijn de flexibele rails eerst rond een multiplex schijf gebogen. De diameter van de schijf is 20cm en levert een spanningsvrije boog op met een radius van ongeveer 855mm.

Nadat beide rails zijn bevestigd met lijm wordt een lat of strook multiplex op de sporen geschroefd. Deze dient als geleider bij het zagen. Ook houdt deze de spoorstaven stevig op hun plek tijdens het zagen. Na het zagen is er een mooie strakke scheiding in het spoor op de scheiding tussen de segmenten. 

modelspoorrails in het verdekte gedeelte van de modelbaan

Rocoline modelspoorrails in de verdekte gedeelten

Voor de verdekte gedeelten op De Geuldalbaan wordt Rocoline rails gebruikt. Op de vorige modelbaan heb ik goede ervaringen opgedaan met rails van Rocoline. Bovendien had ik nog een aantal wissels en flexibele rails over. Ik zag geen reden om op een ander systeem over te stappen.

 

Alle bochten op de verdekte gedeelten heb ik samengesteld uit standaard gebogen R5 en R6 Rocoline modelspoorrails met een radius van respectievelijk 542,8mm en 604,4mm. Liefst had ik op de baan bochten met een grotere radius gebruikt. Maar dat bleek niet haalbaar binnen de beschikbare ruimte en binnen het modelbaanontwerp. Alle rechte verdekte sporen op de baan zijn gemaakt met flexibele Rocoline modelrails (F4 920mm). De hart-op-hart afstand van de Rocoline railgeometrie bedraagt 61,6mm bij gebruik van standaard gebogen rails.

modelspoorrails op multiplex en geluiddempend rubber

Ook de verdekte rails wordt gemonteerd op 9mm dikke multiplex onderleggers. Voor de breedte van de onderleggers is gewerkt met 60mm per spoor voor het verdekte gedeelte. Dus voor enkelspoor 60mm, voor dubbelspoor 120mm, etc.

 

afbeelding van het schaduwstation met 9mm multiplex plaat als onderlegger voor de moderails. Het zwarte materiaal op de foto is akoestisch dempend rubbergranulaat onder de modelrails om het geluid van rijdende treinen te reduceren.

In het schaduwstation op niveau(0) zijn de onderleggers ruimer bemeten, en voor een deel wordt het hele frame door multiplex bedekt. Het leek mij vrij zinloos om op bepaalde plekken kleine stukjes uit te zagen omdat het voor de modelspoorbaan nauwelijks gewichtsbesparing oplevert noch de toegankelijkheid van de rails en wissels verbetert.

Net als bij de zichtbare rails is in het verdekte gedeelte van de modelbaan vanwege de akoestiek de rails niet direct op de onderlegger bevestigd. Als tussenlaag heb ik hier ook een railbedding van rubbergranulaat gebruikt. Ik heb gekozen voor een enkele laag van 3mm dikte.

 

Omdat in het verdekte gedeelte vaste bochten, wissels en rechte flexrails van Rocoline wordt gebruikt heb ik van multiplex mallen gemaakt voor bochten (R5, R6 en R10) en van een 15 graden wissel. Met behulp van de mallen heb ik het rubbergranulaat uitgesneden. Voor de rechte railstukken heb ik stroken van 40mm breed van de rol afgesneden. Met een holpijp worden een aantal perforaties in de stukken rubber geslagen.

Op de foto het uitsnijden van het rubbergranulaat als dempend materiaal voor de onder de modelrails en modeltreinen met behulp van mallen
De foto laat de mallen voor de modelrails zien voor de standaard bochten van Rocoline rails.

Het rubbergranulaat is verlijmd op de onderleggers met contactlijm. En vervolgens is de rails op het rubber verlijmd, ook met contactlijm. Omdat ik standaard (vaste) bochten op de baan gebruik volstaat het om een paar plekken van de rails van lijm te voorzien. Ik heb dus geen last van rails die 'wegzwiepen' omdat die onder mechanische spanning staan. 

Nadat het dempingsmateriaal is vastgelijmd op de multiplex onderleggers wordt de hartlijn overbracht van de onderleggers op het rubbergranulaat.

 

Daarbij maakt het dus niet uit of het rubber exact op de juiste plek is bevestigd. Voorwaarde is dat de hartlijn wel correct op de onderleggers is uitgetekend.

haaks zagen van de verdekte modelspoorrails

Om de verdekte modelrails op de modelspoorbaan haaks op lengte te zagen gebruik ik een paar hulpstukken. Twee stroken MDF van 4mm dikte, dat is net iets dunner dan de rails. Een blokje (geleider) van hardhout. En een stukje multiplex om het zaagblad tegen de geleider te drukken.

 

Van linksboven met de klok mee: Het MDF zorgt ervoor dat de rails strak recht ligt. Het blokje met de aanslag dient om exact haaks te zagen. Nadat de rails is vastgeklemd met de lijmklem kan het MDF worden weggeschoven, en kan de rails worden gezaagd. Daarna met een fijn vijltje de bramen weghalen, en klaar.

bevestigen van de verdekte modelrails

De railstukken zijn tot nog toe bevestigd met schroefjes. Nadat uitvoerig is getest of de rails correct is verlegd worden de schroeven om en om verwijderd.

Met een spatel wordt een klein beetje contactlijm tussen railstuk en rubbergranulaat gesmeerd. Ook hier weer het voordeel van vaste railstukken voor de bochten; door de schroefjes om en om te verwijderen blijft de bocht als geheel op zijn plek.

Na het aanbrengen van de lijm wordt een stukje hout op de rails gelegd met daarop een gewicht zodat de rails goed wordt aangedrukt.

Zodra de lijm voldoende hecht kunnen de andere schroefjes worden verwijderd en kan de rails op die plekken worden verlijmd op de modelbaan.

montage modelspoorrails bij verdekte segmentenovergangen

Bij de (verdekte) segmentovergangen worden de rails evenwijdig aan de segmenten gemarkeerd om te zagen. (De rails op de foto was al op de juiste lengte gezaagd.)

De rails wordt gemonteerd met een kleine voeg ter breedte van een mesje.

De spoorstaven kunnen bij een hogere ruimtetemperatuur iets uit zetten. En belangrijker: de spoorstaven raken elkaar (net) niet wanneer de segmenten van de modelbaan opnieuw tegen elkaar worden gemonteerd.

helix of railspiraal

Op segment A van De Geuldalbaan bevinden zich helix-a en helix-b, zie sporenplan →. Ze liggen boven elkaar maar verschillen van vorm en afmeting. Ze worden opgebouwd uit onderleggers van 9mm multiplex die met draadstangen M6 worden bevestigd. M6 blijkt (bij mijn ontwerp) voldoende stijf en bespaart veel gewicht t.o.v. de meestal gebruikte M10 draadstangen.

 

Eerst heb ik een 1:1 afdruk laten maken van het railverloop en de onderleggers. Daarop is ook aangegeven waar de draadeinden geplaatst moeten worden om het treinverkeer niet te hinderen. Met behulp van de afdruk zijn nu de posities van de draadstangen exact afgetekend op de grondplaat van segment A.

helix-a en helix-b geprojecteerd op de grondplaat van segment A

Vervolgens heb ik helix-b volledig opgebouwd om er zeker van te zijn dat alles zou gaan passen. Daarna is de helix weer uit elkaar geschroefd, en weer opnieuw opgebouwd met rails en het rubbergranulaat. Elk deel is nu verlijmd en geschroefd. Ook nu bleek weer het grote voordeel van het gebruik van de 'vaste'  bochten op de modelbaan; de rechte stukken rails op maat zagen en vervolgens alles eenvoudig in elkaar schuiven.